Wanneer?

Kinderen kunnen gedurende het ganse schooljaar worden ingeschreven tijdens de gewone schooluren, op de opendeurdag, bij een huisbezoek door één van de leerkrachten of na afspraak.
Tijdens de grote vakantie kan men op school terecht tijdens de eerste week van juli, op de openklasdag eind augustus en tijdens de laatste twee weken van augustus of na afspraak met de directeur.
De inschrijving gebeurt steeds aan de hand van een officieel document, bij voorkeur de ISI +kaart.
Als het kind geen ISI +kaart heeft, volstaat ook één van volgende documenten:
- een uittreksel uit de geboorteakte;
- het trouwboekje van de ouders;
- de identiteitskaart van het kind;
- het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister;
- de reispas voor vreemdelingen.
De directeur vraagt bij de inschrijving het identificatienummer of rijksregisternummer (vermeld op de ISI +kaart : getal bestaande uit 11 cijfers beginnend met het geboortejaar). Als de ouders dit niet kunnen of wensen te geven, vraagt de directie het identificatienummer aan het departement onderwijs.
Bij de inschrijving ontvangen de ouders een afsprakenboekje en een schoolreglement.
Verder is het bij lagereschoolkinderen aangewezen het laatste schoolrapport mee te brengen.
Ook zal bij elke nieuwe inschrijving (uitgezonderd bij peuters) na afspraak een kennismakingsgesprek tussen de betrokken ouder(s) en de zorgcoördinator plaatsvinden.

Taalscreening- taaltraject - taalbad

Taalscreening
De school onderzoekt het niveau van het Nederlands bij elke leerling die voor het eerst naar het lager onderwijs gaat. Dit gebeurt via een verplichte taalscreening.
De screening gebeurt nooit voor de inschrijving van de leerling en is geen toelatingsvoorwaarde.

Taaltraject
Op basis van de resultaten van de taalscreening voorziet de school een taaltraject voor de leerlingen die het nodig hebben. Dit taaltraject sluit aan bij de noden van de leerling wat het Nederlands betreft.

Taalbad
Als de leerling het Nederlands onvoldoende kent om de lessen te kunnen volgen,kan de school een taalbad organiseren. Het doel van het volgen van een taalbad is dat de leerling voltijds en intensief de Nederlandse taal leert om zo snel mogelijk te kunnen deelnemen aan de reguliere onderwijsactiviteiten.

Instapregeling 2 ½ jarige kleuters :

Kleuters mogen worden ingeschreven vanaf de datum waarop zij de leeftijd van 2 jaar en 6 maanden bereiken.
Als ze jonger zijn dan 3 jaar worden ze na hun inschrijving pas in de school toegelaten op de volgende instapdata :

  • de eerste schooldag na de zomervakantie (° t.e.m. 01/03/15)
  • de eerste schooldag na de herfstvakantie (° t.e.m. 06/05/15)
  • de eerste schooldag na de kerstvakantie (° t.e.m. 08/07/15)
  • de eerste schooldag van februari (° t.e.m. 01/08/15)
  • de eerste schooldag na de krokusvakantie (° t.e.m. 19/08/15)
  • de eerste schooldag na de paasvakantie (° t.e.m. 16/10/15)
  • de eerste schooldag na Hemelvaart (° t.e.m. 14/11/15)

Kleuters die 2 ½ jaar worden op de instapdatum worden vanaf die dag toegelaten.
Vriendelijk verzoek reeds vóór de instapdag in te schrijven zodat de kleuterleidsters de nodige praktische voorzieningen kunnen treffen.
Laat uw kind, indien enigszins mogelijk, bij het begin halve dagen schoollopen. Na een tijdje, als u denkt dat het er aan toe is, probeert u eens met een volle dag. Samen met de leerkracht zal u vlug merken of uw kind er al dan niet rijp voor is.

Zindelijkheid bij kleuters :

Zoals hierboven vermeld en rekening houdend met de betreffende reglementering mogen kleuters vanaf 2 ½ jaar naar school gaan, onafgezien of ze nu zindelijk zijn of niet.
Indien uw kind echter nog niet zindelijk is, vragen wij met aandrang het in de mate van het mogelijke zo lang mogelijk thuis te houden en het zeker niet op school te laten middagmalen.
Van de ouders wordt verwacht dat zij de afspraken inzake aankoop, gebruik e.d. van pampers opvolgen.
Vriendelijk verzoek uw kind desgevallend eveneens niet te laten deelnemen aan daguitstappen zoals b.v. de jaarlijkse schoolreis e.d.
De leerkrachten rekenen hiervoor op uw begrip, het is voor hen immers quasi onmogelijk om ‘op verplaatsing’ de nodige zorgen aan de niet-zindelijke kindjes toe te dienen.

Het boekje "voor het eerst naar de kleuterschool" kun je hier downloaden.

Ouderlijk gezag :

In principe zijn de beide ouders van een minderjarige gezamenlijk verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind. Zij hoeven daarvoor niet gehuwd te zijn of samen te wonen. Zij nemen eensgezinde beslissingen over het onderwijs van hun kind.
Ouders melden aan de directeur of zij het ouderlijk gezag over het kind al dan niet gezamenlijk uitoefenen. De school gaat ervan uit dat zij door de ouders geïnformeerd wordt indien er rekening moet gehouden worden met een specifieke regeling.
Concrete afspraken : De school respecteert de rechten van beide ouders bij alle beslissingen in verband met de opvoeding van de leerlingen zoals:
- bij de inschrijving van de leerlingen;
- bij de keuze van een levensbeschouwelijk vak of de vrijstelling daarvan;
- bij orde- en tuchtmaatregelen;
- bij keuzes i.v.m. de schoolloopbaan van het kind (bv. zittenblijven of niet);
- bij de schoolverrichtingen in het algemeen (bv. bij informatie via nieuwsbrief, bij
uitnodiging oudercontacten, bij bezorgen van rapporten, …).

School- en eigen materieel :

De kleuters hebben enkel een schooltasje nodig om eventueel een lievelingsvoorwerpje van thuis, een koek, een zakdoekje, een reservebroekje e.d. in op te bergen.
Gelieve uw kleuter zeker geen speelgoed en schmink van thuis mee te geven. Ook fopspenen, knuffels, doekjes e.d. worden bij aankomst op school in de boekentas gestopt, in de klas worden dergelijke zaken immers niet toegelaten!

De lagereschoolkinderen krijgen bij het eindrapport in juni of bij inschrijving een lijst met het aan te kopen schoolmaterieel voor het volgende schooljaar mee.
Bij knutselactiviteiten is het aangewezen dat de kinderen een schort of een oud overhemd dragen.
Alle werk- en handboeken, schriften en een beperkt maar noodzakelijk aanbod schoolgerei worden gratis ter beschikking van de leerlingen gesteld. De hand- en werkboeken dienen gekaft volgens de klasafspraken.
Bij verlies of bij (opzettelijke) beschadiging van materieel van school en/of van een medeleerling wordt er van de ouders verwacht dat zij de tegenwaarde vergoeden.

 

Medicatie op school :

Zie ook schoolreglement hoofdstuk 21 blz 26.

Bij de aanvang van een nieuw schooljaar en bij elke nieuwe inschrijving wordt van elk kind een medische steekkaart door de ouders ingevuld.
In het belang van zowel kinderen als leerkrachten worden medicijnen enkel via doktersattest gegeven.
De school zal m.a.w. zonder attest geen medicijnen toedienen, ook niet bij uitzondering !

Wat zegt de wet ?

  • In België is iedereen verplicht hulp te verlenen aan een persoon in nood. Wanneer je zelf geen gevaar loopt, ben je verplicht de hulp te bieden die je kent en kunt geven.
  • Het toedienen van medicijnen valt niet onder eerste hulp. Dat is voorbehouden aan artsen, apothekers en andere medische beroepen. Andere personen die medicijnen geven, zijn wettelijk strafbaar.

Risico’s :

  1. Verantwoordelijk en aansprakelijk : Een leerkracht die op eigen initiatief medicijnen toedient, begeeft zich op het terrein van de geneeskunde.

Hij/Zij is strafbaar. Loopt er iets fout, dan kan hij/zij aansprakelijk worden gesteld. Misschien komt er een rechtszaak.

  1. Ernstige bijwerkingen : Sommige kinderen zijn allergisch voor bepaalde stoffen in medicijnen. Medicijnen kunnen ook reageren op andere die de leerling thuis al heeft genomen. Een foute toediening kan hem in shock of in een coma brengen.
  2. Overdosis : Sommige medicijnen zijn niet voor kinderen geschikt. Een volwassen dosis is voor een kind vaak al een overdosis. Enkel dokters kunnen een diagnose stellen en de juiste medicijnen en dosis voorschrijven.
  3. Gewenning en verslaving : In sommige medicijnen zitten stoffen die de normale werking van het lichaam aantasten: ze veranderen het denken, de concentratie, de alertheid, het welzijn, de emoties... Je wordt er snel aan gewend en verslaafd.
  4. Middelenmisbruik :  Een school die snel medicijnen toedient, geeft het signaal dat er voor elk probleem een pil bestaat. Leerlingen nemen dat idee over. Anderzijds kan medicijnen verbieden een invloed hebben op illegaal verhandelen op de speelplaats.

Basis voor een veilige medicijnaanpak :

  • Een leerling is te ziek om de lessen te volgen
    • Een zieke leerling hoort niet thuis op school.
    • Is hij er toch? De verantwoordelijke vraagt de ouders om de leerling op te halen.

  • Een leerling wordt ziek op school
    • De school geeft geen medicijnen.
    • De verantwoordelijke vraagt de ouders om de leerling op te halen.
    • De ouders zijn niet bereikbaar? Neem contact op met de huisdokter van het kind. Pas als die onbereikbaar is, bel je een andere dokter.
    • In dringende gevallen belt de leraar meteen de hulpdiensten (112).
  • Een leerling neemt voorgeschreven medicijnen
    • Medicijnen neem je zoveel mogelijk thuis in.
    • De school geeft enkel medicijnen op doktersvoorschrift (met ondertekend attest, de ouders ontvangen bij aanvang van een nieuw schooljaar 2 blanco exemplaren).
    • De medicijnen worden ofwel aan de klasleerkracht ofwel in het secretariaat afgegeven, één van beiden staat in voor de toediening.
  • Een leerling klaagt geregeld over pijn
    • De school geeft geen medicijnen of placebo's.
    • De leraar brengt de ouders, het zorgteam of de cel leerlingenbegeleiding op de hoogte.
    • In samenspraak met de ouders volgen zij verder op en verwijzen de leerling door naar gespecialiseerde hulp.
  • Een leerling misbruikt of verhandelt medicijnen
    • De school laat geen middelengebruik (drugs, alcohol…) toe. Ook geen medicijnen.
    • De leraar reageert altijd als leerlingen medicijnen gebruiken of verhandelen.
    • De school neemt maatregelen en pakt misbruik even streng aan als drugs op school.

Hoe werken met een doktersattest?

  • Bij de aanvang van een nieuw schooljaar ontvangen de ouders twee blanco voorbeeldattesten, extra exemplaren zijn op eenvoudig verzoek verkrijgbaar.  
  • Een ingevuld doktersattest geeft aan welke medicatie de leraar moet geven op voorschrift van een dokter, met handtekening van de ouders.
  • Op een medisch attest staat de naam van de arts, de leerling en de ouders, de naam van de medicatie en de vorm(pilletjes, siroop…), het tijdstip waarop de medicatie wordt gegeven, de hoeveelheid, de wijze van bewaring en voorzorgen en ongewenste effecten.
  • Het attest is altijd ondertekend door de dokter en de ouders.
  • De ouders voorzien het attest (A5-formaat) in een doorzichtig zakje waarin de medicatie afgegeven en bewaard wordt.