Straffen en belonen

In het kader van de sociale- en emotionele vaardigheden  willen wij enerzijds   het positief gedrag belonen, anderzijds de kinderen duidelijk maken dat negatief gedrag niet kan.
Dit systeem wordt gekoppeld aan onze afspraken die besproken worden in de klas (zie punt 29).

Indien kinderen zich niet aan de afspraken houden, kan er een gepaste sanctie worden gegeven (b.v. een extra taak maken, geen speeltijd enz.).
Wanneer een leerling zich meerdere malen niet aan de afspraken houdt, volgt er een individueel gesprek met de directeur en de klasleerkracht. Dit wordt vermeld in de schoolagenda.
De leerkracht beslist dan ook of  met die leerling wordt overgegaan naar een dikke duimenkaart.

Op deze dikke duimenkaart wordt met fluo aangeduid aan welke regel(s) de leerling de komende maand extra aandacht moet besteden. Dit is/zijn ook de regel(s) waarmee de leerling de afgelopen weken de meeste moeite had. De leerkracht bepaalt hoeveel dikke duimen de leerling tegen het einde van de maand moet behalen.  
Bedoeling van  dit systeem is proberen om het gedrag van de leerling in positieve zin te beïnvloeden.

Ontoelaatbaar gedrag van een leerling kan leiden tot een orde- of tuchtmaatregel (zie schoolreglement hoofdstuk 8 op blz 13).

Het schoolreglement hieromtrent kort samengevat :

    • A. Ordemaatregelen :

    • §1       Indien een leerling door zijn gedrag de goede orde in de school in het gedrang brengt, kan een ordemaatregel worden genomen.

      §2       Gewone ordemaatregelen kunnen o.m. zijn :
    • een mondelinge opmerking;
    • een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;
    • een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien.

    • §3       Verdergaande ordemaatregelen kunnen zijn:
    • een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling, de directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien;
    • de groepsleraar en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt ondertekend voor kennisname;
    • een afzondering uit de klas, bij beslissing van de directeur, onder toezicht en voor maximum één dag. Dit wordt via de schoolagenda of het heen-en-weerschrift meegedeeld aan de ouders.

    • §4       Indien vermelde ordemaatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de directeur.

      §5       De directeur kan een leerling preventief schorsen telkens voor maximum vijf opeenvolgende schooldagen in afwachting van een tuchtmaatregel. De directeur moet vooraf het advies inwinnen van de klassenraad en de leerling en de ouders horen. De beslissing van de directeur moet met redenen zijn omkleed. Ten laatste de werkdag volgend op het nemen van de beslissing wordt deze aangetekend aan de ouders meegedeeld. Ingeval van preventieve schorsing wordt de leerling uit de leerlingengroep, waartoe hij behoort, verwijderd. Hij moet op de school aanwezig zijn onder toezicht.

    •  B. Tuchtmaatregelen :

    • §1       Het laakbaar gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.

      §2       Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien het gedrag van de leerling:
    • het ordentelijk verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
    • de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
    • ernstige of wettelijk strafbare feiten uitmaakt;
    • niet overeenstemt met het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
    • de naam van de instelling of de waardigheid van het personeel aantast;
    • de instelling materiële schade toebrengt.

    • §3       Tuchtmaatregelen zijn:
    • de schorsing.
      Een schorsing betekent dat een leerling gedurende een bepaalde periode (meer dan één dag en maximum twintig schooldagen binnen één schooljaar) de lessen niet mag volgen in de leerlingengroep waartoe hij behoort. Hij moet wel op school aanwezig zijn onder toezicht.
    • de uitsluiting.
      Uitsluiting betekent dat de leerling definitief uit de school wordt verwijderd. De uitsluiting gaat in vanaf het moment dat de leerling in een andere school is ingeschreven, uiterlijk één maand (vakantieperioden niet inbegrepen) na schriftelijke kennisgeving. In afwachting bevindt de betrokken leerling zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling.